Zomaar een wijk in Dordrecht met een plein en een koffiebar in het hart ervan, het Vogelnest op het Vogelplein, een plek om elkaar te ontmoeten. Reeland heet de wijk. Hier brengt Muziektheater Hollands Diep de kosteloos toegankelijke voorstelling Natte Voeten naar een opera door de meester van het lichte klassieke genre, de in Duitsland geboren Franse operettecomponist Jacques Offenbach (1819-1880).  

De opera is komisch en sprankelend, begeleid door Maat Saxophone Quartet, en heet La chanson de Fortunio (1861), een opera in één acte. Artistiek leider Florien de la Fosse van Hollands Diep gaf bij de uitvoering op het Vogelplein een korte toelichting. Ze vertelde over de brief die iedereen op de deurmat vond over het aanschaffen van een noodpakket voor in barre tijden, ‘dat was wel even schrikken’, aldus De la Fosse. Het muziektheatergezelschap wilde iets doen met de oproep tot dit noodpakket. Ook wethouder van onder meer jeugdzaken en cultuur Joost Veldman gaf als toelichting dat het water, zeker in een door water omringde stad als Dordrecht, ‘vriend en vijand’ kan zijn. In elk geval moeten de Dordtenaren, en zij niet alleen, zich voorbereiden op het ‘stormseizoen’ dat voor de deur staat. Dat is de reden dat de gemeente Dordrecht deze opera faciliteert. Bovendien maakt de uitvoering deel uit van het festival Voor de Vloed.

Mooie woorden. En terecht. Het publiek genoot van de onderhoudende, vrolijke voorstelling die technisch helemaal puntgaaf was. Maar eerst een disclaimer: met wateroverlast of nog erger heeft Offenbachs originele opera niets te maken, dat is een ingreep van bewerkers De la Fosse en Marc Pantus (tevens regie). Het is wel een hele stap van de première destijds van 1861 in Théâtre des Bouffes-Parisiens naar het Vogelplein, waar decorontwerper Frans van der Horst met een ingenieuze houten constructie een heuse zolderkamer bouwde van een Dordts huis met dakraam en al, een plek waar de hoofdpersonen zich veilig wanen als het water komt. Loopplanken en een trappetje moeten het vijftal toevlucht bieden.

De Fortunio uit de titel is een notaris die op voorhand al de boedel aan het verdelen is en akten opstelt. Is er sprake van noodweer? Overmacht? Bariton Guyon Mingelen maakt er een mooie rol van als hij zogenaamd door het hoge water stapt. Hij voert iets in zijn schild: opeens haalt hij pin-ups van dames weg uit zijn zolderkamertje. Zijn jonge vrouw Laurette (sopraan Teresa Pedras Cadima) mocht die pikante portretten eens onder ogen komen.

Een cruciale rol heeft de postbode (tenor Marcel Reijans): hij heeft weet van een groot geheim. Hij is de beslissende sleutelfiguur, als postbode weet hij alles van iedereen op en rondom het plein. De notaris is een beruchte schuinsmarcheerder die met een lied, ‘La Chanson de Fortunio’, alle vrouwen betovert, ook de vrouw van zijn baas. Laurette achterhaalt het bedrog, mede dankzij twee bijfiguren, een inwonende notarisklerk (Estelle de Koning) en Babette (Mar Pans Vayá), de eigenares van het restaurant Bodega Babette op de begane grond.

De zangers van Codarts Hogeschool voor de Kunsten vertolken hun partijen in een aanstekelijke mix van Frans en Nederlands. Er zitten tal van leuke vondsten bij, zoals de uitleg aan de restauranthoudster dat de notaris een ‘schuinsmarcheerder’ is; dat begrijpt ze niet. ‘Rokkenjager’ en ‘overspel’ stuiten eveneens op onbegrip, maar niet ‘hij rijdt een scheve schaats’. In de duetten en korte aria’s tonen de zangers zich fijn op dreef, met Laurette als ingénu, de postbode als nietsontziende dramatische aangever en de notaris zelf als een tikkeltje louche figuur.

Het is een mooi en waardevol idee dat Muziektheater Hollands Diep een korte, vrolijke operette als deze in de Dordtse wijken brengt; zelf noemen ze het een ‘bakfietsopera’. Op deze manier maakt een publiek kennis met een opera die anders niet echt voor ieder is weggelegd. Het Maat Saxophone Quartet is sfeervol in de begeleiding. Er zit ondanks alle vrolijkheid ook een diepere betekenis, een moraal, in Natte Voeten: in tijden van nood hebben we elkaar hard nodig, dat is de strekking van het slotlied.

Foto’s: Mirella Beau
Bron: Theaterkrant, geschreven door Kester Freriks